All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 11

Job 12:1-25

Job 13 Psalms 1

Hollands LEI

 
 
 
Job 12:1
 
Job antwoordde en zeide:  
 
Job 12:2
 
Waarlijk, gij zijt me een volk, en met u zal de wijsheid uitsterven!  
 
Job 12:3
 
Zoveel verstand als gij heb ik ook wel; ik doe voor u niet onder; trouwens, wie weet dergelijke dingen niet?  
 
Job 12:4
 
Moet hij die tot God roept, opdat die hem antwoorde, zijns naasten spot zijn? een voorwerp van spot wie onberispelijk rechtschapen is?  
 
Job 12:5
 
Voor het ongeluk verachting, naar den dunk van den welgeborgene, een stoot voor hen wier voet wankelt;  
 
Job 12:6
 
doch vredig staan de tenten der verdelgers, onbezorgdheid is het deel van hen die God tarten, van hem die in zijn hand God draagt.  
 
Job 12:7
 
Maar ondervraag slechts de dieren, dat die u leren, het gevogelte des hemels, dat dit u inlichte;  
 
Job 12:8
 
of spreek tot de aarde, dat zij u lere, en dat de vissen der zee u mededelingen doen!  
 
Job 12:9
 
Wie onder die allen weet niet dat de hand des Heeren dit gedaan heeft?  
 
Job 12:10
 
van hem, in wiens hand de ziel is van alwat leeft en de adem van alle menselijk vlees.  
 
Job 12:11
 
Moet niet het oor beweringen toetsen, zoals het gehemelte spijzen keurt?  
 
Job 12:12
 
Bij bejaarden zou wijsheid zijn, in lengte van dagen doorzicht?  
 
Job 12:13
 
Bij hem is wijsheid en macht, hij heeft beleid en doorzicht.  
 
Job 12:14
 
Haalt hij omver, er wordt niet weer opgebouwd; kerkert hij een man, er wordt niet ontsloten;  
 
Job 12:15
 
houdt hij de wateren tegen, dan drogen zij op, laat hij ze los, dan woelen zij het land om.  
 
Job 12:16
 
Bij hem is sterkte en verstand, in zijn hand is de verleide en de verleider;  
 
Job 12:17
 
raadsheren doet hij berooid daarheengaan, en richters stelt hij aan de kaak;  
 
Job 12:18
 
hij maakt de banden van koningen los, en bindt een gordel om hun lenden;  
 
Job 12:19
 
priesters doet hij berooid gaan, en lang bestaande geslachten brengt hij ten val;  
 
Job 12:20
 
hij beneemt de spraak aan hen op wie men zich verlaten kon, en berooft ouden van de gave des onderscheids;  
 
Job 12:21
 
hij stort verachting uit over edelen en maakt den gordel der machtigen slap;  
 
Job 12:22
 
hij legt diepten bloot uit de duisternis, en doet het stikdonker in het licht treden;  
 
Job 12:23
 
hij maakt natien groot en richt ze te gronde, breidt volken uit en voert ze weg;  
 
Job 12:24
 
hij berooft 's lands volkshoofden van verstand doet hen in een ongebaande wildernis ronddolen:  
 
Job 12:25
 
zij tasten in de duisternis waar geen licht is, hij doet hen ronddolen als beschonkenen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 111 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Job 13Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards