All NT OTBook
Compare Texts
2 Kings 1 1 Chronicles 6

1 Chronicles 7:1-40

1 Chronicles 8 2 Chronicles 1

Hollands LEI

 
 
 
1Ch 7:1
 
De zonen van Issachar: Tola, Pua, Jasjub en Sjimron, vier.  
 
1Ch 7:2
 
De zonen van Tola: Uzzi, Refaja, Jeriel, Jahmai, Jibsam en Samuel, hoofden van hun familien, van Tola, strijdbare helden; hun aantal, naar hun afstammelingen, bedroeg ten tijde van David twee en twintig duizend zeshonderd man.  
 
1Ch 7:3
 
De zonen van Uzzi: Jizrahja; de zonen van Jizrahja: Michael, Obadja, Joel en Jissjia, vijf, altemaal hoofden;  
 
1Ch 7:4
 
en bij hen, naar hun afstammelingen, naar hun familien, benden krijgsvolk, zes en dertig duizend man; want zij hadden veel vrouwen en kinderen.  
 
1Ch 7:5
 
Voorts hun broeders, van al de geslachten van Issachar, strijdbare helden; in het geheel wees hun geslachtsregister zeven en tachtig duizend man aan.  
 
1Ch 7:6
 
De zonen van Benjamin: Bela, Becher en Jediael, drie.  
 
1Ch 7:7
 
De zonen van Bela: Esbon, Uzzi, Uzziel, Jerimoth en Iri, vijf, familiehoofden, strijdbare helden; hun geslachtsregister wees twee en twintig duizend vier en dertig man aan.  
 
1Ch 7:8
 
De zonen van Becher: Zemira, Joas, Eliezer, Eljoenai, Omri, Jeremoth, Abia, Anathoth en Alemeth; deze allen waren zonen van Becher.  
 
1Ch 7:9
 
Hun geslachtsregister, naar hun afstammelingen van de hoofden hunner familien, strijdbare helden, wees twintigduizend tweehonderd man aan.  
 
1Ch 7:10
 
De zonen van Jediael: Bilhan; de zonen van Bilhan: Jeus, Benjamin, Ehud, Kenaana, Zethan, Tarsjis en Ahisjahar;  
 
1Ch 7:11
 
deze allen waren zonen van Jediael, familiehoofden, strijdbare helden; zeventienduizend tweehonderd man, dienstplichtigen ten oorlog.  
 
1Ch 7:12
 
Voorts de Sjuppieten en de Huppieten, zonen van Ir; Husjam, zoon van een ander.  
 
1Ch 7:13
 
De zonen van Naftali: Jahsiel, Guni, Jeser en Sjallum, zonen van Bilha.  
 
1Ch 7:14
 
De zonen van Manasse, die zijn Arameesche bijvrouw gebaard heeft: zij baarde Machir, den vader van Gilead; de naam van den tweeden zoon was Selofhad, en Selofhad had dochters.  
 
1Ch 7:15
 
En Machir nam een vrouw wier naam was Maacha, en zijn zuster heette Hammolecheth.  
 
1Ch 7:16
 
Maacha, de vrouw van Machir, baarde hem een zoon, dien zij Peres noemde; zijn broeder heette Sjeres.  
 
1Ch 7:17
 
Zijn zonen waren Ulam en Rekem; de zoon van Ulam: Bedan. Dit zijn de zonen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse.  
 
1Ch 7:18
 
Zijn zuster Hammolecheth baarde Ishod, Abiezer en Mahla.  
 
1Ch 7:19
 
De zonen van Sjemida waren: Ahjan, Sichem, Likhi en Aniam.  
 
1Ch 7:20
 
De zonen van Efraim: Sjuthelah, zijn zoon was Bered, zijn zoon was Tahath, zijn zoon was Eleada, zijn zoon was Tahath,  
 
1Ch 7:21
 
zijn zoon was Zabad, zijn zoon was Sjuthelah; voorts Ezer en Elead. Dezen werden gedood door de mannen van Gath, de inboorlingen des lands; want zij waren afgedaald om hun vee weg te nemen.  
 
1Ch 7:22
 
Hun vader Efraim bedreef geruimen tijd rouw, en zijn broeders kwamen om hem te troosten.  
 
1Ch 7:23
 
Daarna kwam hij tot zijn vrouw; deze werd zwanger en baarde een zoon, dien hij Beria noemde; want slecht was het met zijn huis gegaan.  
 
1Ch 7:24
 
Zijn dochter was Sjeera; zij bouwde Laag-Beth-horon en Hoog-Beth-horon en Uzzen-sjeera.  
 
1Ch 7:25
 
En zijn zoon was Refah, zijn zoon was Resjef, zijn zoon was Telah, zijn zoon was Tahan,  
 
1Ch 7:26
 
zijn zoon was Laedan, zijn zoon was Ammihud, zijn zoon was Elisjama,  
 
1Ch 7:27
 
zijn zoon was Nun, zijn zoon was Jozua.  
 
1Ch 7:28
 
Hun bezitting en hun woonplaatsen: Bethel met onderhoorigheden, voorts oostwaarts Naaran en westwaarts Gezer met onderhoorigheden, en Sichem met onderhoorigheden, tot Ajja met onderhoorigheden toe.  
 
1Ch 7:29
 
Onder de macht der Manassieten waren: Beth-sjean met onderhoorigheden, Taanach met onderhoorigheden, Megiddo met onderhoorigheden en Dor met onderhoorigheden. In deze steden woonden de zonen van Jozef, den zoon van Israel.  
 
1Ch 7:30
 
De zonen van Azer: Jimna, Jiswa, Jiswi, Beria en hun zuster Serah.  
 
1Ch 7:31
 
De zonen van Beria: Heber en Malkiel; deze was de vader van Birzaith.  
 
1Ch 7:32
 
Heber verwekte Jaflet, Sjomer, Hotham en hun zuster Sjua.  
 
1Ch 7:33
 
De zonen van Jaflet: Pazach, Bimhal en Aswath; dit waren de zonen van Jaflet;  
 
1Ch 7:34
 
de zonen van Sjomer: Ahi, Rohga, Hubba en Aram;  
 
1Ch 7:35
 
de zonen van zijn broeder Helem: Sofah, Jimna, Sjeles en Amal.  
 
1Ch 7:36
 
De zonen van Sofah: Suah, Harnefer, Sjual, Beri, Jimra,  
 
1Ch 7:37
 
Beser, Hod, Sjamma, Sjilsja, Jithran en Beera.  
 
1Ch 7:38
 
De zonen van Jether: Jefunne, Pispa en Ara.  
 
1Ch 7:39
 
De zonen van Ulla: Arah, Hanniel en Risja.  
 
1Ch 7:40
 
Deze allen waren zonen van Azer, familiehoofden, uitgelezenen, strijdbare helden, hoofden der vorsten; hun geslachtsregister had betrekking op den krijgsdienst. Hun aantal bedroeg zes en twintig duizend man.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
2 Kings 11 Chronicles 61 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 1 Chronicles 82 Chronicles 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards