All NT OTBook
Compare Texts
2 Kings 1 1 Chronicles 15

1 Chronicles 16:1-43

1 Chronicles 17 2 Chronicles 1

Hollands LEI

 
 
 
1Ch 16:1
 
Men bracht dan de ark Gods binnen en zette haar in de tent die David voor haar had opgeslagen. Daarna bracht men brandoffers en dankoffers aan God;  
 
1Ch 16:2
 
en toen David met het opdragen van het brandoffer en de dankoffers gereed was, zegende hij het volk met den naam des Heeren  
 
1Ch 16:3
 
en deelde hij aan al de Israelieten, zo mannen als vrouwen, aan ieder een brood, een kruik wijn en een vruchtenkoek uit.  
 
1Ch 16:4
 
Toen stelde hij voor de ark des Heeren enige Levieten als dienaren aan om den Heer Israels god, te roemen, te loven en te prijzen:  
 
1Ch 16:5
 
Azaf, het hoofd, Zacharja, als tweede in rang, voorts Jaaziel, Sjemiramoth, Jehiel, Mattithja, Eliab, Benaja, Obed-Edom en Jeiel, met harpen en citers; terwijl Azaf met de cimbalen muziek maakte,  
 
1Ch 16:6
 
alsmede de priesters Benaja en Jahaziel met de eens voor altijd voorgeschreven trompetten, voor de ark des verbonds van God.  
 
1Ch 16:7
 
Op dien dag, toen voor het eerst, heeft David aan Azaf en zijn broeders opgedragen om het "Looft hem" aan te heffen ter ere van den Heer.  
 
1Ch 16:8
 
Looft den Heer, roept zijn naam aan, maakt onder de volkeren zijn daden bekend;  
 
1Ch 16:9
 
zingt hem ter eer, roemt hem met stem en snaren, gewaagt van al zijn wonderen;  
 
1Ch 16:10
 
roemt in zijn heiligen naam; verblijde zich het hart van hen die den Heer zoeken.  
 
1Ch 16:11
 
Vraagt naar den Heer en zijn kracht, zoekt te allen tijde zijn aangezicht.  
 
1Ch 16:12
 
Gedenkt de wonderen die hij heeft gedaan, zijn tekenen en de vonnissen zijns monds,  
 
1Ch 16:13
 
kroost van Israel, zijn dienaar, zonen van Jakob, zijn uitverkorenen!  
 
1Ch 16:14
 
Hij, de Heer, is onze God; zijn vonnissen zijn op de ganse aarde.  
 
1Ch 16:15
 
Hij gedenkt eeuwig zijn verbond, tot in het duizendste geslacht  
 
1Ch 16:16
 
hetgeen hij heeft verordend, het verbond met Abraham gesloten, zijn eed aan Izaak gedaan;  
 
1Ch 16:17
 
hij heeft dien aan Jakob voorgoed bevestigd, aan Israel als een eeuwig verbond,  
 
1Ch 16:18
 
zeggende: U geef ik het land Kanaan, als het u toegewezen erve--  
 
1Ch 16:19
 
toen zij nog gering in aantal waren, weinigen en als vreemden daarin toevend.  
 
1Ch 16:20
 
En toen zij trokken van volk tot volk, van het ene rijk naar een andere natie,  
 
1Ch 16:21
 
liet hij niemand toe hen te verdrukken, maar tuchtigde koningen om hunnentwil:  
 
1Ch 16:22
 
Tast mijn gezalfden niet aan, en doet mijn profeten geen kwaad!  
 
1Ch 16:23
 
Zingt allen, gij aardbewoners, den Heer ter eer, boodschapt zijn heil van zee tot zee;  
 
1Ch 16:24
 
vermeldt zijn eer onder de natien, onder alle volkeren zijn wonderen!  
 
1Ch 16:25
 
Want groot is de Heer en zeer te prijzen, geducht is hij boven alle goden;  
 
1Ch 16:26
 
want alle goden der volkeren zijn afgoden, en de Heer heeft den hemel gemaakt.  
 
1Ch 16:27
 
Majesteit en luister zijn voor zijn aangezicht, macht en blijdschap in zijn woonplaats.  
 
1Ch 16:28
 
Geeft aan den Heer, gij geslachten der volkeren, geeft aan den Heer eer en macht;  
 
1Ch 16:29
 
geeft aan den Heer de eer zijns naams, draagt geschenken aan en komt voor zijn aangezicht; werpt u voor den Heer neder in heiligen feestdos.  
 
1Ch 16:30
 
Krimpt allen voor hem ineen, gij aardbewoners! Ook heeft hij de wereld vastgezet, onwankelbaar.  
 
1Ch 16:31
 
De hemel verblijde zich, de aarde zij verheugd; en men zegge onder de natien: De Heer is koning!  
 
1Ch 16:32
 
Buldere de zee en haar volheid; juiche het veld en alwat er op is!  
 
1Ch 16:33
 
Dan zullen de bomen des wouds jubelen voor den Heer; want hij komt om de aarde te richten.  
 
1Ch 16:34
 
Looft den Heer, want hij is goed; want eeuwig duurt zijn goedertierenheid.  
 
1Ch 16:35
 
Zegt: Red ons, God onzes heils! herzamel ons en verlos ons van de natien; opdat wij uw heiligen naam loven, en in uw glorie roemen.  
 
1Ch 16:36
 
Geloofd zij de Heer, Israels God, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En het ganse volk zeide: Amen! en Prijs den Heer!  
 
1Ch 16:37
 
En hij liet aldaar, voor de ark des verbonds van den Heer, Azaf en zijn broeders om altijd, elken dag naar zijn eis, voor de ark dienst te doen;  
 
1Ch 16:38
 
alsmede Obed-Edom, Hoza en hun broeders, acht en zestig man, als portiers;  
 
1Ch 16:39
 
maar den priester Sadok en de priesters, zijn broeders, voor den tabernakel des Heeren, op de hoogte te Gibeon,  
 
1Ch 16:40
 
om gestadig des morgens en des avonds brandoffers aan den Heer te brengen op het brandofferaltaar, en alles na te komen wat in 's Heeren wet geschreven staat, wat hij aan Israel geboden had;  
 
1Ch 16:41
 
en met hen Heman en Jeduthun en de overige uitgelezenen, die met name zijn opgegeven, om aan te heffen het Looft den Heer; want voor eeuwig is zijn goedertierenheid!  
 
1Ch 16:42
 
Zij hadden trompetten en cimbalen om muziek te maken, en andere instrumenten voor het gezang ter ere Gods; ook waren de zonen van Jeduthun aan de poort.  
 
1Ch 16:43
 
Daarop ging het ganse volk elk naar zijn huis en ging David heen om zijn huis te zegenen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
2 Kings 11 Chronicles 151 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 1 Chronicles 172 Chronicles 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards