All NT OTBook
Compare Texts
1 Kings 1 2 Kings 14

2 Kings 15:1-38

2 Kings 16 1 Chronicles 1

Hollands LEI

 
 
 
2Ki 15:1
 
In het zeven en twintigste jaar der regering van jerobeam over Israel werd Azarja, de zoon van Amasja, den koning van Juda, koning;  
 
2Ki 15:2
 
zestien jaar was hij oud toen hij koning werd, en hij regeerde twee en vijftig jaar te Jeruzalem; zijn moeder heette Jecholja, uit Jeruzalem.  
 
2Ki 15:3
 
Hij deed wat recht was in het oog des Heeren, geheel zoals zijn vader Amasja had gedaan.  
 
2Ki 15:4
 
Slechts werden de hoogten niet afgeschaft: nog offerde en rookte het volk op de hoogten.  
 
2Ki 15:5
 
De Heer nu sloeg den koning, zodat hij melaats werd, tot zijn sterfdag toe. Daarom verbleef hij in zijn huis, afgezonderd, terwijl Jotham, 's konings zoon, als hofmaarschalk, het volk des lands bestuurde.  
 
2Ki 15:6
 
Het overige nu der geschiedenis van Azarja en alwat hij heeft gedaan is beschreven in het boek der kronieken van Juda's koningen.  
 
2Ki 15:7
 
En Azarja ging ter ruste bij zijn vaderen, en men begroef hem bij zijn vaderen in de Davidstad; en zijn zoon Jotham werd koning in zijn plaats.  
 
2Ki 15:8
 
In het acht en dertigste jaar der regering van Azarja over Juda werd Zacharja, de zoon van Jerobeam, koning over Israel, te Samarie, en hij regeerde zes maanden.  
 
2Ki 15:9
 
Hij deed wat kwaad was in het oog des Heeren, zoals zijn vaderen gedaan hadden: hij week niet af van de zonde die Jerobeam, de zoon van Nebat, Israel had doen bedrijven.  
 
2Ki 15:10
 
En Sjallum, de zoon van Jabes, maakte een samenzwering tegen hem, versloeg hem in Jibleam doodde hem en werd koning in zijn plaats.  
 
2Ki 15:11
 
Het overige nu der geschiedenis van Zacharja is beschreven in het boek der kronieken van Israels koningen.  
 
2Ki 15:12
 
Dit was het woord door den Heer tot Jehu gesproken: Uw zonen zullen tot in het vierde geslacht op den troon van Israel zitten. Alzo is het geschied.  
 
2Ki 15:13
 
Sjallum, de zoon van Jabes, werd koning in het negen en dertigste jaar der regering van Azarja over Juda, en regeerde een volle maand te Samarie.  
 
2Ki 15:14
 
Daarna trok Menahem, de zoon van Gadi, van Tirsa op, kwam te Samarie, sloeg aldaar Sjallum, den zoon van Jabes, doodde hem en werd koning in zijn plaats.  
 
2Ki 15:15
 
Het overige nu der geschiedenis van Sjallum, en de samenzwering welke hij gemaakt heeft, is beschreven in het boek der kronieken van Israels koningen.  
 
2Ki 15:16
 
Toen sloeg Menahem Tifsah met alwat daarin was en de onderhoorigheden, omdat het voor hem de poort niet ontsloten had; de zwangere vrouwen deed hij openrijten.  
 
2Ki 15:17
 
In het negen en dertigste jaar der regering van Azarja over Juda werd Menahem, de zoon van Gadi, koning over Israel, te Samarie, en hij regeerde tien jaar.  
 
2Ki 15:18
 
Hij deed wat kwaad was in het oog des Heeren: hij week niet af van de zonde die Jerobeam, de zoon van Nebat, Israel had doen bedrijven.  
 
2Ki 15:19
 
In zijn dagen overviel Pul, de koning van Assyrie, het land. En Menahem gaf aan Pul duizend talenten zilver, opdat hij hem bijstond om het koningsschap stevig in zijn hand te krijgen;  
 
2Ki 15:20
 
Menahem hief dit geld van Israel: alle personen van vermogen moesten den koning van Assyrie ieder vijftig sikkel zilver geven. Toen keerde de koning van Assyrie terug en bleef daar niet in het land.  
 
2Ki 15:21
 
Het overige nu der geschiedenis van Menahem en alwat hij heeft gedaan is beschreven in het boek der kronieken van Israels koningen.  
 
2Ki 15:22
 
En Menahem ging ter ruste bij zijn vaderen, en zijn zoon Pekahja werd koning in zijn plaats.  
 
2Ki 15:23
 
In het vijftigste jaar der regering van Azarja over Juda werd Pekahja, de zoon van Menahem, koning over Israel, te Samarie, en hij regeerde twee jaar.  
 
2Ki 15:24
 
Hij deed wat kwaad was in het oog des Heeren: hij week niet af van de zonde die Jerobeam, de zoon van Nebat, Israel had doen bedrijven.  
 
2Ki 15:25
 
Zijn hopman Pekah, de zoon van Remalja, maakte een samenzwering tegen hem sloeg hem te Samarie in den burcht van het paleis, met Argob en Arje, terwijl hij vijftig man uit de Gileadieten bij zich had, doodde hem en werd koning in zijn plaats.  
 
2Ki 15:26
 
Het overige nu der geschiedenis van Pekahja en alwat hij heeft gedaan is beschreven in het boek der kronieken van Israels koningen.  
 
2Ki 15:27
 
In het twee en vijftigste jaar der regering van Azarja over Juda werd Pekah de zoon van Remalja koning over Israel, te Samarie en hij regeerde twintig jaar.  
 
2Ki 15:28
 
Hij deed wat kwaad was in het oog des Heeren: hij week niet af van de zonde die Jerobeam, de zoon van Nebat, Israel had doen bedrijven.  
 
2Ki 15:29
 
In de dagen van Pekah, den koning van Israel, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrie, veroverde Ijjon, Abel-beth-Maacha, Janoah, Kedes, Hasor, Gilead, Galilea, het ganse land Naftali, en voerde de inwoners gevankelijk naar Assyrie.  
 
2Ki 15:30
 
En Hozea, de zoon van Ela, maakte een samenzwering tegen Pekah, den zoon van Remalja, sloeg en doodde hem, en werd koning in zijn plaats.  
 
2Ki 15:31
 
Het overige nu der geschiedenis van Pekah en alwat hij gedaan heeft is beschreven in het boek der kronieken van Israels koningen.  
 
2Ki 15:32
 
In het tweede jaar der regering van Pekah, den zoon van Remalja, over Israel werd Jotham, de zoon van Azarja, den koning van Juda, koning.  
 
2Ki 15:33
 
Vijf en twintig jaar was hij oud toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaar te Jeruzalem; zijn moeder heette Jerusja, de dochter van Sadok.  
 
2Ki 15:34
 
Hij deed wat recht was in het oog des Heeren; geheel zoals zijn vader Azarja gedaan had deed hij.  
 
2Ki 15:35
 
Slechts werden de hoogten niet afgeschaft: nog offerde en rookte het volk op de hoogten. Hij heeft de bovenpoort van den tempel gebouwd.  
 
2Ki 15:36
 
Het overige nu der geschiedenis van Jotham en alwat hij heeft gedaan is beschreven in het boek der kronieken van Juda's koningen.  
 
2Ki 15:37
 
In die dagen begon de Heer Resin, den koning van Aram, en Pekah, den zoon van Remalja, op Juda af te zenden.  
 
2Ki 15:38
 
En Jotham ging ter ruste bij zijn vaderen en werd in de Davidstad bij zijn vaderen begraven; en zijn zoon Ahaz werd koning in zijn plaats.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
1 Kings 12 Kings 141 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 2 Kings 161 Chronicles 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards