All NT OTBook
Compare Texts
2 Samuel 1 1 Kings 20

1 Kings 21:1-29

1 Kings 22 2 Kings 1

Hollands LEI

 
 
 
1Ki 21:1
 
Nadezen gebeurde het volgende: Naboth van Jizreel had een wijngaard naast het paleis van Achab, den koning van Samarie.  
 
1Ki 21:2
 
En Achab sprak tot Naboth: Geef mij uw wijngaard, opdat hij mijn lusthof worde; want hij ligt juist naast mijn huis; ik wil u er een beteren voor in de plaats geven; of, indien dit u liever is, wil ik u geld geven, zoveel hij waard is.  
 
1Ki 21:3
 
Maar Naboth zeide tot Achab: Daarvoor beware mij de Heer, het erfdeel mijner vaderen u te geven!  
 
1Ki 21:4
 
Achab, thuis gekomen, wrevelig en vergramd om hetgeen Naboth van Jizreel tot hem gezegd had: Ik geef u het erfdeel mijner vaderen niet--ging op zijn bed liggen, wendde zijn gelaat af en at niet.  
 
1Ki 21:5
 
Toen kwam Izebel, zijn vrouw, bij hem en sprak tot hem: Waarom zijt gij wrevelig gestemd en eet gij niet?  
 
1Ki 21:6
 
Hij zeide tot haar: Omdat, toen ik met Naboth van Jizreel sprak en hem zeide: Geef mij uw wijngaard voor geld; of, indien gij het begeert, wil ik u een anderen er voor in de plaats geven--hij gezegd heeft: Ik geef u mijn wijngaard niet.  
 
1Ki 21:7
 
Maar Izebel, zijn vrouw, zeide tot hem: Nu moet gij tonen dat gij koning over Israel zijt. Sta op, eet en wees goedsmoeds; ik zal u den wijngaard van Naboth leveren.  
 
1Ki 21:8
 
Daarop schreef zij een brief uit naam van Achab, sloot dien met zijn zegel en verzond hem aan de oudsten en de edelen, de stadgenoten van Naboth.  
 
1Ki 21:9
 
Zij schreef in den brief het volgende: Kondigt een vasten af; plaatst Naboth aan het hoofd des volks,  
 
1Ki 21:10
 
en zet tegenover hem twee deugnieten, die tegen hem moeten getuigen: Gij hebt God en den koning vaarwel gezegd. Brengt hem dan naar buiten en stenigt hem, opdat hij sterve.  
 
1Ki 21:11
 
De mannen nu zijner stad, de oudsten en de edelen, zijn stadgenoten, deden zoals Izebel hun gelast had, naar hetgeen geschreven was in den brief dien zij hun gezonden had;  
 
1Ki 21:12
 
zij kondigden een vasten af en plaatsten Naboth aan het hoofd des volks;  
 
1Ki 21:13
 
vervolgens kwamen de twee deugnieten, zetten zich tegenover hem, en de deugnieten getuigden tegen hem ten overstaan van het volk: Naboth heeft God en den koning vaarwel gezegd. Toen bracht men hem buiten de stad en steenigde hem, zodat hij stierf.  
 
1Ki 21:14
 
Daarop zonden zij aan Izebel bericht: Naboth is gestenigd en is dood.  
 
1Ki 21:15
 
En zodra Izebel hoorde dat Naboth was gestenigd en dood was, zeide zij tot Achab: Maak u op, neem den wijngaard van Naboth van Jizreel in bezit, dien hij geweigerd heeft u voor geld af te staan; want Naboth is niet meer in leven, hij is dood.  
 
1Ki 21:16
 
Zodra Achab nu hoorde dat Naboth dood was, maakte hij zich op, om den wijngaard van Naboth van Jizreel in bezit te gaan nemen.  
 
1Ki 21:17
 
Toen kwam het woord des Heeren tot Elia, den Tisbiet:  
 
1Ki 21:18
 
Maak u op, ga Achab, den koning van Israel, die te Samarie woont, tegemoet; zie, hij is in den wijngaard van Naboth, dien hij in bezit is gaan nemen,  
 
1Ki 21:19
 
en spreek tot hem: Zo zegt de Heer: Hebt gij doodslag begaan en u tevens verrijkt? Daarom, ter plaatse waar de honden het bloed van Naboth hebben gelekt zullen zij ook het uwe lekken.  
 
1Ki 21:20
 
Toen zeide Achab tot Elia: Hebt gij mij gevonden, mijn vijand? Hij zeide: Ik heb u gevonden; omdat gij u verkocht hebt om te doen wat kwaad is in het oog des Heeren.  
 
1Ki 21:21
 
Zo zegt de Heer: Zie, ik ga onheil over u brengen, ik zal u wegvagen en van Achab alwat manlijk is, den onmondige en den mondige in Israel, uitroeien,  
 
1Ki 21:22
 
en uw huis stellen gelijk dat van Jerobeam, den zoon van Nebat, en gelijk dat van Baeza, den zoon van Ahia; omdat gij mij getergd hebt en Israel hebt doen zondigen.  
 
1Ki 21:23
 
Ook van Izebel heeft de Heer gesproken: De honden zullen Izebel verslinden op den grond van? jizreel.  
 
1Ki 21:24
 
Wie van Achab in de stad sterft, dien zullen de honden verslinden, en wie van hem op het land sterft, dien zullen de vogelen des hemels verslinden.  
 
1Ki 21:25
 
Neen, nooit heeft iemand zich zo als Achab verkocht om te doen wat kwaad was in het oog des Heeren, daartoe aangezet door zijn vrouw Izebel.  
 
1Ki 21:26
 
Zeer afschuwelijk handelde hij, aan de schandgoden zich houdende, naar alwat de Amorieten gedaan hadden, die de Heer voor de Israelieten uit had verdreven.  
 
1Ki 21:27
 
Achab nu, zodra hij deze woorden hoorde, scheurde zijn klederen en deed een rouwkleed om zijn lijf, vastte, legde zich in het rouwkleed te slapen en liep zachtkens.  
 
1Ki 21:28
 
Toen kwam het woord des Heeren tot Elia, den Tisbiet:  
 
1Ki 21:29
 
Hebt gij gezien dat Achab zich voor mij heeft verootmoedigd? Omdat hij zich voor mij verootmoedigd heeft, zal ik het onheil niet in zijn dagen brengen; in de dagen zijns zoons zal ik het onheil over zijn huis brengen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
2 Samuel 11 Kings 201 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 1 Kings 222 Kings 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards