All NT OTBook
Compare Texts
2 Samuel 1 1 Kings 12

1 Kings 13:1-34

1 Kings 14 2 Kings 1

Hollands LEI

 
 
 
1Ki 13:1
 
kwam daar opeens een godsman uit Juda, op last van den Heer, te Bethel, terwijl Jerobeam bij het altaar stond om het offer te ontsteken,  
 
1Ki 13:2
 
en riep tegen het altaar, op last van den Heer en zeide: Altaar, altaar! zo zegt de Heer: Zie, een zoon zal den huize Davids geboren worden, Jozia genaamd; hij zal op u de hoogtepriesters die op u het offer ontsteken slachten en menschenbeenderen op u verbranden.  
 
1Ki 13:3
 
En hij stelde te dien dage een teken met de woorden: Dit is het teken dat de Heer het gesproken heeft: Zie, het altaar zal splijten, en de offeras die er op ligt zal uitgestort worden.  
 
1Ki 13:4
 
Zodra nu de koning het woord hoorde dat de godsman tegen het altaar te Bethel had uitgeroepen, strekte hij van het altaar zijn hand uit, zeggende: Grijpt hem!  
 
1Ki 13:5
 
Maar de hand die hij tegen hem had uitgestrekt verstijfde, zodat hij haar niet kon terugtrekken; en het altaar spleet vaneen, zodat de offeras van het altaar afstortte, naar het teken dat de godsman, op last van den Heer, gesteld had.  
 
1Ki 13:6
 
Nu hernam de koning en zeide tot den godsman: Och, zoek den Heer, uw god, te vermurwen en bid voor mij, dat mijn hand zich late terugtrekken. Toen nu de godsman den Heer vermurwd had, trok de koning zijn hand terug en was zij gelijk tevoren:  
 
1Ki 13:7
 
Daarop sprak de koning tot den godsman: Kom met mij naar huis, verkwik u, en laat mij u een geschenk geven.  
 
1Ki 13:8
 
Maar de godsman zeide tot den koning: Al wildet gij mij de helft van uw vermogen geven, ik ga niet met u naar binnen; ook eet ik geen brood en drink ik geen water in deze plaats.  
 
1Ki 13:9
 
Want aldus heeft de Heer mij bevolen: Gij zult er geen brood eten noch water drinken, noch langs denzelfden weg als gij gegaan zijt terugkeren.  
 
1Ki 13:10
 
Daarop sloeg hij een anderen weg in en keerde niet langs den weg terug waarlangs hij te Bethel gekomen was.  
 
1Ki 13:11
 
Nu woonde in Bethel zeker bejaard profeet, wiens zonen, te huis gekomen, hem alles verhaald en wat de godsman dien dag te Bethel had gedaan en de woorden die hij tot den koning gesproken had.  
 
1Ki 13:12
 
Toen zij deze aan hun vader overbrachten, sprak hun vader tot hen: Welken weg is hij gegaan? En zijn zonen wezen den weg dien de godsman die uit Juda was gekomen ingeslagen had.  
 
1Ki 13:13
 
Hij zeide tot zijn zonen: Zadelt mij den ezel. Zij zadelden hem den ezel en hij reed er op weg.  
 
1Ki 13:14
 
Hij ging den godsman achterna, dien hij vond zitten onder de terebint, en hij zeide tot hem: Zijt gij de godsman die uit Juda gekomen is? Hij zeide: ja.  
 
1Ki 13:15
 
Daarop zeide de ander tot hem: Ga met mij naar huis en eet een stuk brood.  
 
1Ki 13:16
 
Maar hij zeide: Ik mag niet met u teruggaan en bij u inkeren; ook zal ik brood eten noch water drinken bij u in deze plaats;  
 
1Ki 13:17
 
want de Heer heeft mij gelast: Gij zult aldaar geen brood eten en geen water drinken, noch andermaal den weg gaan welken gij gegaan zijt.  
 
1Ki 13:18
 
Maar de ander zeide tot hem: Ook ik ben profeet, evenals gij, en een engel heeft tot mij gesproken op last van den Heer: Breng hem met u terug in uw huis; opdat hij brood ete en water drinke. --Hij loog hem voor. --  
 
1Ki 13:19
 
Toen keerde hij met hem terug en at brood in zijn woning en dronk water.  
 
1Ki 13:20
 
Doch terwijl zij aan tafel zaten, kwam het woord des Heeren tot den profeet die hem had doen terugkeren,  
 
1Ki 13:21
 
en hij riep den godsman die uit Juda gekomen was toe: Zo zegt de Heer: Nademaal gij u tegen het woord des Heeren verzet en het gebod dat de Heer, uw god, u gegeven heeft niet gehouden hebt,  
 
1Ki 13:22
 
maar teruggekeerd zijt en brood hebt gegeten en water gedronken in de plaats waar hij u verboden had brood te eten en water te drinken, zo zal uw lijk niet komen in het graf uwer vaderen.  
 
1Ki 13:23
 
Nadat hij brood gegeten en water gedronken had, zadelde hij zijn ezel en keerde terug.  
 
1Ki 13:24
 
Toen hij onderweg was, kwam hem een leeuw tegen, die hem doodde; zijn lijk lag uitgestrekt op den weg, terwijl de ezel er naast stond en ook de leeuw naast het lijk bleef staan.  
 
1Ki 13:25
 
Straks zagen voorbijgangers het lijk uitgestrekt op den weg, en den leeuw naast het lijk staande, en zij kwamen het zeggen in de stad waar de oude profeet woonde.  
 
1Ki 13:26
 
Toen de profeet die hem van zijn weg had doen omkeren het hoorde, zeide hij: Dat is de godsman die zich tegen het woord des Heeren heeft verzet!  
 
1Ki 13:27
 
 
 
1Ki 13:28
 
En hij ging heen en vond het lijk uitgestrekt op den weg, terwijl de ezel en de leeuw naast het lijk stonden: de leeuw had het lijk niet verslonden en den ezel niet verscheurd.  
 
1Ki 13:29
 
De profeet nam het lijk van den godsman op, legde het op den ezel en voerde hem terug naar de stad, om hem te begraven;  
 
1Ki 13:30
 
hij legde het lijk in zijn eigen graf, en men hief den klaagzang over hem aan: Ach, mijn broeder!  
 
1Ki 13:31
 
Nadat hij hem nu begraven had, zeide hij tot zijn zonen: Wanneer ik sterf, begraaft mij dan in het graf waarin de godsman begraven is; legt mij naast zijn gebeente; opdat mijn gebeente gespaard worde met het zijne.  
 
1Ki 13:32
 
Want geschieden zal wat hij op last van den Heer tegen het altaar te Bethel en tegen al de hoogtetempels in de steden van Samarie heeft uitgeroepen.  
 
1Ki 13:33
 
Na het gebeurde bekeerde Jerobeam zich niet van zijn bozen weg, maar stelde nog meer hoogtepriesters aan uit alle standen des volks: alwie het begeerde, dien ordende hij om hoogtepriester te zijn.  
 
1Ki 13:34
 
Zo werd dit de zonde van het huis van Jerobeam, waarom het zou worden uitgeroeid en verdelgd van den aardbodem.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
2 Samuel 11 Kings 121 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 1 Kings 142 Kings 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards