| | 2Sa 3:8 | In hevigen toorn ontstoken om de woorden van Isboosjeth, zeide Abner: Ben ik zoo'n hondskop, ik, die tegenwoordig gunst betoon aan het huis van uw vader Saul, zijn broeders en vrienden, en u niet aan David overgeleverd heb, dat gij nu een overtreding met een vrouw op Joab mij verhaalt?
| |