All NT OTBook
Compare Texts
1 Samuel 1 2 Samuel 22

2 Samuel 23:1-39

2 Samuel 24 1 Kings 1

Hollands LEI

 
 
 
2Sa 23:1
 
Dit zijn Davids laatste woorden: De godsspraak van David, den zoon van Izai, de godsspraak van den man die hoog verheven werd, den gezalfde van Jakobs god, den lieveling van Israels liederen:  
 
2Sa 23:2
 
De geest des Heeren heeft tot mij gesproken, zijn rede is op mijn tong;  
 
2Sa 23:3
 
Israels god heeft gesproken, Israels rotssteen tot mij gezegd: Een heerscher over mensen in gerechtigheid een heerscher die God vreest,  
 
2Sa 23:4
 
is als het morgenlicht bij zonsopgang, op een morgen zonder wolken, dat na den regen het kruid op de aarde doet glinsteren.  
 
2Sa 23:5
 
Is niet alzo mijn huis bij God? Een eeuwig verbond heeft hij met mij gemaakt, in alles geregeld en verzekerd; want al mijn heil en al mijn begeren, zal hij het niet doen ontspruiten?  
 
2Sa 23:6
 
Maar den deugnieten gaat het allen als doornen der woestijn: men grijpt ze niet met de hand aan;  
 
2Sa 23:7
 
wie ze aanvat wapent zich met ijzer of speerschacht, en met vuur worden zij verbrand.  
 
2Sa 23:8
 
Dit zijn de namen van Davids helden: Isbaal, de Hachmoniet, de voornaamste van de drie; hij zwaaide zijn zwaard over achthonderd man die hij op eenmaal verslagen had.  
 
2Sa 23:9
 
Op hem volgde Eleazar, de zoon van Dodo, de Ahohiet, ook een van de drie helden. Deze bevond zich bij David te Pas-dam-mim, toen de Filistijnen zich aldaar ten strijde verzameld hadden en de Israelieten optrokken.  
 
2Sa 23:10
 
Toen hij opstond, richtte hij een slachting aan onder de Filistijnen, totdat zijn hand moede was en aan het zwaard kleefde. Zo bewerkte de Heer te dien dage een grote overwinning; en het volk keerde, hem achterna, enkel terug om de lijken uit te schudden.  
 
2Sa 23:11
 
Op hem volgde Sjamma, de zoon van Age, de Harariet. Eens hadden de Filistijnen zich bij Lehi verzameld; daar lag een stuk land met linzen; toen nu het volk voor de Filistijnen vluchtte,  
 
2Sa 23:12
 
ging hij midden op dat stuk land staan, verdedigde het en versloeg de Filistijnen. Zo bewerkte de Heer te dien dage een grote overwinning.  
 
2Sa 23:13
 
Eens daalden drie van de dertig af en kwamen bij David op de rots, in de bergveste van Adullam, terwijl de Filistijnen hun kamp in de vallei der Refaieten hadden opgeslagen.  
 
2Sa 23:14
 
Terwijl David zich toen in de bergveste bevond was een wachtpost der Filistijnen te Bethlehem.  
 
2Sa 23:15
 
En David kreeg een sterk verlangen en zeide: Wie geeft mij water te drinken uit den put van Bethlehem, den put in de poort?  
 
2Sa 23:16
 
Toen braken de drie helden door de legerplaats der Filistijnen heen, schepten water uit den put van Bethlehem, den put in de poort, namen het mede en brachten het aan David. Maar hij wilde het niet drinken; hij plengde het ter ere des Heeren,  
 
2Sa 23:17
 
en zeide: Daarvoor beware mij de Heer! Zou ik het bloed der mannen drinken die met levensgevaar er op uit zijn gegaan? En hij wilde het niet drinken. Dit hebben die drie helden gedaan.  
 
2Sa 23:18
 
Abisjal, Joabs broeder, de zoon van Seruja, was het hoofd van de dertig; hij zwaaide zijn speer over driehonderd verslagenen en had naam onder de dertig;  
 
2Sa 23:19
 
ja, boven de dertig was hij geeerd, zodat hij hun aanvoerder werdt maar tot de drie reikte hij niet.  
 
2Sa 23:20
 
Voorts Benaja, de zoon van Jojada, een kloek man, van grote krijgsbedrijven, uit Kabseel: hij versloeg de beide zonen van Ariel uit Moab; ook daalde hij eens in een kuil af en sloeg daarin een leeuw dood, op een dag dat er sneeuw lag.  
 
2Sa 23:21
 
Ook versloeg hij eens een Egyptenaar een man van grote lengte, met een speer in de hand: hij ging met een stok op hem af, wrong hem de speer uit de hand en doodde hem met zijn eigen speer.  
 
2Sa 23:22
 
Deze daden heeft Benaja, de zoon van Jojada, verricht; hij had naam onder de dertig helden;  
 
2Sa 23:23
 
ja, boven de dertig was hij geeerd, maar tot de drie reikte hij niet. David stelde hem aan tot hoofd over zijn naaste omgeving.  
 
2Sa 23:24
 
Dit zijn de namen van koning Davids helden: Azael, de broeder van Joab, een van de dertig, Elhanan, de zoon van Dodo, uit Bethlehem,  
 
2Sa 23:25
 
Sjamma, uit Harod, Elika, uit Harod,  
 
2Sa 23:26
 
Heles, uit Pelet, Ira, de zoon van Ikkes, uit Tekoa,  
 
2Sa 23:27
 
Abiezer, uit Anathoth, Sibbechai, de Husjathiet,  
 
2Sa 23:28
 
Eljon, de Ahohiet, Mahrai, uit Netofa,  
 
2Sa 23:29
 
Heled, de zoon van Baana, uit Netofa, Ittai, de zoon van Ribai, uit Gibea in Benjamin,  
 
2Sa 23:30
 
Benaja, uit Pireathon, Hiddai, uit Nahale-Gaas,  
 
2Sa 23:31
 
Abiel, uit Beth-araba, Azmaweth, uit Bahurim,  
 
2Sa 23:32
 
Eljahba, uit Sjaalbon, Jasjen, de Guniet, Jonathan,  
 
2Sa 23:33
 
de zoon van Sjamma, de Harariet, Ahiam, de zoon van Sjarar, de Harariet,  
 
2Sa 23:34
 
Elifelet, de Ahasbiet, Hefer, uit Beth-Maacha, Eliam, de zoon van Ahitofel, uit Gilo,  
 
2Sa 23:35
 
Hesro, uit Karmel, Paarai, uit Arab,  
 
2Sa 23:36
 
Jigeal, de zoon van Nathan, uit Soba, Bani, de Gadiet,  
 
2Sa 23:37
 
Selek, de Ammoniet, Nahrai, uit Beeroth, wapendrager van Joab, den zoon van Seruja,  
 
2Sa 23:38
 
Ira, de Jithriet Gareb, de Jithriet,  
 
2Sa 23:39
 
Uria, de Hittiet; in het geheel zeven en dertig.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
1 Samuel 12 Samuel 221 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 2 Samuel 241 Kings 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards