All NT OTBook
Compare Texts
Genesis 47

Genesis 48:1-22

Genesis 49 Exodus 1

Hollands LEI

 
 
 
Gen 48:1
 
Enigen tijd later zeide men aan Jozef: Uw vader is ziek. Hierop nam hij zijn beide zonen, Manasse en Efraim, mede en ging naar Jakob.  
 
Gen 48:2
 
Toen men aan Jakob mededeelde: Uw zoon Jozef is gekomen--raapte Israel zijn krachten samen en ging op het bed zitten.  
 
Gen 48:3
 
En Jakob zeide tot Jozef: God de Machtige is mij te Luz, in het land Kanaan, verschenen en heeft mij gezegend.  
 
Gen 48:4
 
Hij heeft tot mij gezegd: Zie, ik zal u vruchtbaar maken en u vermenigvuldigen; ik maak u tot een schare van natien en geef dit land aan uw kroost na u, tot een eeuwige bezitting.  
 
Gen 48:5
 
Welnu, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren zijn voordat ik tot u in Egypte kwam, zijn de mijne: Efraim en Manasse staan voor mij op een lijn met Ruben en Simeon;  
 
Gen 48:6
 
de nakomelingen die gij na hen verwekt hebt zullen de uwe zijn; naar den naam hunner broeders zullen zij genoemd worden in het erf dat hun ten deel zal vallen.  
 
Gen 48:7
 
Toen ik uit Paddan-Aram kwam, ontviel mij Rachel in het land Kanaan, op reis, toen ik nog een eind weegs van Efrath verwijderd was, en ik heb haar daar, op den weg naar Efrath--dat is Bethlehem--begraven.  
 
Gen 48:8
 
Toen Israel Jozefs zonen zag, zeide hij: Wie hebt gij daar?  
 
Gen 48:9
 
Jozef zeide tot zijn vader: Dat zijn mijn zonen, die God mij hier gegeven heeft. En hij zeide: Breng hen bij mij, opdat ik hen zegene.  
 
Gen 48:10
 
De ogen van Israel nu waren zwaar van ouderdom; hij kon niet zien. Toen Jozef hen dicht bij hem bracht, kuste en omhelsde hij hen,  
 
Gen 48:11
 
en Israel zeide tot Jozef: Uzelven weder te zien had ik mij niet toegedacht, en nu heeft God mij ook uw kroost doen zien.  
 
Gen 48:12
 
Toen deed Jozef hen van zijn knieen afgaan, en wierp zich, het aangezicht ter aarde, neder.  
 
Gen 48:13
 
Hierop nam Jozef die beiden, Efraim met zijn rechterhand aan de linkerzijde van Israel, en Manasse met zijn linkerhand aan de rechterzijde van Israel, en bracht hen dicht bij hem.  
 
Gen 48:14
 
Maar Israel strekte zijn rechterhand uit en legde die op het hoofd van Efraim, hoewel hij de jongste was, en zijn linker op dat van Manasse; hij legde ze kruiselings, want Manasse was de oudste.  
 
Gen 48:15
 
En hij zegende Jozef en zeide: God, voor wiens aangezicht mijn vaderen, Abraham en Izaak, verkeerd hebben, God, die mij behoed heeft van mijn geboorte af tot nu toe,  
 
Gen 48:16
 
de engel die mij verlost heeft uit elk onheil zegene deze knapen; mogen zij naar mijn naam en die van mijn vaderen, Abraham en Izaak, genoemd worden en zich sterk vermenigvuldigen in het midden des lands!  
 
Gen 48:17
 
Jozef nu, ziende dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraim legde, vond dit verkeerd en vatte de hand zijns vaders, om haar van Efraims hoofd op dat van Manasse te verleggen.  
 
Gen 48:18
 
En Jozef zeide tot zijn vader: Zo niet, vader! want dit is de oudste; leg uw rechterhand op zijn hoofd.  
 
Gen 48:19
 
Maar zijn vader weigerde dit en sprak: Ik weet het wel, mijn zoon, ik weet het wel. En ook hij zal tot een volk worden; ook hij zal groot zijn. Toch zal zijn jongere broeder groter zijn dan hij, en zijn nakroost zal een menigte natien worden.  
 
Gen 48:20
 
Zo zegende hij hen te dien dage aldus: Met uw naam zal Israel zegen toewensen, zeggende: God make u als Efraim en Manasse! Zo plaatste hij Efraim voor Manasse.  
 
Gen 48:21
 
Vervolgens zeide Israel tot Jozef: Zie, ik ga sterven maar God zal met ulieden zijn en u terugbrengen in het land uwer vaderen.  
 
Gen 48:22
 
En ik geef u boven uw broeders een bergrug voor, dien ik van de Amorieten heb verworven, met mijn zwaard en boog.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Genesis 4716 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 Genesis 49Exodus 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards