All NT OTBook
Compare Texts
Genesis 42

Genesis 43:1-34

Genesis 44 Exodus 1

Hollands LEI

 
 
 
Gen 43:1
 
Maar de hongersnood was zwaar in het land,  
 
Gen 43:2
 
en toen zij het koorn dat zij uit Egypte hadden medegebracht opgebruikt hadden, zeide hun vader tot hen: Gaat weder voor ons een weinig levensmiddelen kopen.  
 
Gen 43:3
 
Maar Juda zeide tot hem: Die man heeft ons nadrukkelijk gewaarschuwd: Gij zult mij niet meer te zien krijgen tenzij uw broeder bij u is.  
 
Gen 43:4
 
Indien gij onzen broeder met ons laat medegaan, dan zullen wij heentrekken en voor u levensmiddelen kopen;  
 
Gen 43:5
 
maar indien gij hem niet laat medegaan, dan vertrekken wij niet; want die man heeft ons gezegd: Gij zult mij niet weder te zien krijgen tenzij uw broeder bij u is.  
 
Gen 43:6
 
Israel zeide: Waarom hebt gij mij dit aangedaan, dien man te vertellen dat gij nog een broeder hadt?  
 
Gen 43:7
 
Zij zeiden: Uitdrukkelijk heeft die man naar ons en onze afkomst gevraagd; hij zeide: Is uw vader nog in leven? hebt gij nog een broeder? Wij hebben slechts die vragen beantwoord. Konden wij dan weten dat hij zou zeggen: Brengt uw broeder hier?  
 
Gen 43:8
 
En Juda sprak tot zijn vader Israel: Geef mij den knaap mede, en laten wij ons opmaken en heengaan; opdat wij in leven blijven en niet sterven, wij en gij en onze kinderen.  
 
Gen 43:9
 
Ik blijf borg voor hem; van mij kunt gij hem terugeisen. Indien ik hem niet bij u terugbreng en weder voor uw ogen plaats, mag ik levenslang als een zondaar voor u staan.  
 
Gen 43:10
 
Hadden wij niet zo getalmd dan zouden wij nu reeds tweemaal teruggekeerd zijn.  
 
Gen 43:11
 
Toen zeide hun vader Israel tot hen: Als het zo zijn moet, doet dan toch het volgende: Neemt van de vruchten des lands in uw zakken mede en brengt dien man een geschenk: een weinig balsem en honing, wierook en gom, pimpernoten en amandelen.  
 
Gen 43:12
 
Neemt dezelfde geldsom met u en brengt het geld dat boven in uw korven weder medekwam terug; misschien is het een vergissing.  
 
Gen 43:13
 
Neemt dan uw broeder, maakt u op en keert naar dien man terug.  
 
Gen 43:14
 
God de Machtige geve u barmhartigheid bij dien man te vinden, dat hij uw anderen broeder en Benjamin weder met u late trekken. Wat mij aangaat, als ik kinderloos word, dan word ik het maar!  
 
Gen 43:15
 
Zo namen die mannen dat geschenk, de dubbele geldsom en Benjamin mede, maakten zich op, trokken af naar Egypte en stonden weder voor Jozef.  
 
Gen 43:16
 
Zodra Jozef hen en Benjamin zag, zeide hij tot dengene die over zijn huis gesteld was: Breng die mannen binnen, slacht de nodige dieren en richt een maaltijd aan; want die mannen zullen van middag bij mij eten.  
 
Gen 43:17
 
De man deed zoals Jozef gelast had en bracht hen in het huis van Jozef.  
 
Gen 43:18
 
En zij werden bevreesd omdat men hen naar Jozefs huis bracht en zeiden: Om het geld dat den vorigen keer in onze korven is teruggekomen brengt men ons naar binnen, om ons te overrompelen, op ons aan te vallen en ons tot slaven te maken, met onze ezels.  
 
Gen 43:19
 
Daarom traden zij op den man die over Jozefs huis gesteld was toe en zeiden tot hem voor het huis:  
 
Gen 43:20
 
Och heer! Wij zijn den eersten keer hierheen afgekomen, om levensmiddelen te kopen,  
 
Gen 43:21
 
en toen wij in de herberg kwamen en onze korven openden, was ieders geld boven in zijn korf, ons eigen geld, naar het volle gewicht. Dit hebben wij nu weder medegebracht,  
 
Gen 43:22
 
terwijl wij ander geld medegenomen hebben om levensmiddelen te kopen. Wij weten niet, wie ons geld in onze korven gelegd heeft.  
 
Gen 43:23
 
Hij zeide: Geluk er mede! Vreest niets. De god van u en uw vader heeft voor u heimelijk een schat in uw korven gelegd. Uw geld is in mijn handen gekomen. Voorts bracht hij Simeon uit den kerker bij hen.  
 
Gen 43:24
 
Vervolgens leidde de man hen in Jozefs huis, verstrekte hun water, om hun voeten te wassen, en voeder voor hun ezels.  
 
Gen 43:25
 
En zij zetten het geschenk gereed, in afwachting van Jozefs komst, in den middag; want zij hoorden dat hij daar den maaltijd zou houden.  
 
Gen 43:26
 
Toen dan Jozef in huis kwam, brachten zij het geschenk dat zij bij zich hadden in huis en wierpen zich voor hem ter aarde neder.  
 
Gen 43:27
 
Hij vroeg naar hun welstand en zeide: Is uw vader wel, de grijsaard van wien gij mij gesproken hebt? Leeft hij nog?  
 
Gen 43:28
 
Zij zeiden: Uw dienaar, onze vader, is wel; hij leeft nog. Hij sprak: Gezegend zij die man door God! waarop zij bogen en zich ter aarde nederwierpen.  
 
Gen 43:29
 
Toen hij zijn ogen opsloeg en zijn broeder Benjamin, den zoon zijner moeder, zag, zeide hij: Is dit uw jongste broeder, van wien gij mij gesproken hebt? Hij zeide: God zij u goedgunstig, mijn zoon!  
 
Gen 43:30
 
Daar Jozefs binnenste brandende werd over zijn broeder, zocht hij ijlings gelegenheid om uit te schreien. Zo ging hij in een kamer en weende er.  
 
Gen 43:31
 
Daarna wies hij zijn gelaat, kwam weder de kamer uit, bedwong zich en zeide: Zet spijs op.  
 
Gen 43:32
 
Men richtte voor hem, voor hen en voor de Egyptenaren die bij hem aten afzonderlijk den maaltijd aan; de Egyptenaren toch mogen niet met de Hebreen eten; want dit is iets afschuwelijks voor de Egyptenaren.  
 
Gen 43:33
 
En zij zaten voor zijn aangezicht, de oudste en de jongste, elk naar zijn leeftijd; verbaasd zagen de mannen elkander aan.  
 
Gen 43:34
 
Men bracht hun portien van de gerechten die voor hem stonden, en Benjamins deel was vijfmaal zo groot als dat van elk ander. Voorts dronken zij en werden beschonken met hem.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Genesis 4216 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 Genesis 44Exodus 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards