All NT OTBook
Compare Texts
Genesis 41

Genesis 42:1-38

Genesis 43 Exodus 1

Hollands LEI

 
 
 
Gen 42:1
 
Toen Jakob vernam dat in Egypte koorn was, zeide hij tot zijn zonen: Wat talmt gij?  
 
Gen 42:2
 
Ik heb gehoord dat in Egypte koorn is; gaat derwaarts en koopt daar koorn voor ons; opdat wij in leven blijven en niet sterven.  
 
Gen 42:3
 
Zo gingen de tien broeders van Jozef op weg, om graan in Egypte te kopen.  
 
Gen 42:4
 
Maar Benjamin, Jozefs broeder, hem liet Jakob niet met zijn broeders medegaan; want hij zeide: Hem mocht eens een ongeluk treffen!  
 
Gen 42:5
 
Israels zonen nu kwamen koorn kopen te midden van de anderen; want de hongersnood heerste in het land Kanaan.  
 
Gen 42:6
 
Jozef nu, de gebieder des lands verkocht zelf aan alle inwoners koorn. Zo kwamen zijn broeders zich voor hem ter aarde nederwerpen.  
 
Gen 42:7
 
Zodra Jozef zijn broeders zag, herkende hij hen; maar hij hield zich alsof hij hen niet kende, sprak hen hard toe en zeide tot hen: Van waar komt gij? Zij zeiden: Uit het land Kanaan, om levensmiddelen te kopen.  
 
Gen 42:8
 
Jozef herkende zijn broeders wel, maar zij hem niet.  
 
Gen 42:9
 
Toen herinnerde zich Jozef wat hij van hen gedroomd had, en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders; gij komt zien waar het land open ligt.  
 
Gen 42:10
 
Zij zeiden tot hem: Neen, heer, uw knechten zijn gekomen om levensmiddelen te kopen.  
 
Gen 42:11
 
Wij zijn allen zonen van een en denzelfden man; wij zijn eerlijke lieden; uw knechten zijn geen verspieders.  
 
Gen 42:12
 
Hij zeide tot hen: Onwaar! Gij komt zien waar het land open ligt.  
 
Gen 42:13
 
Zij zeiden: Twaalf in getal waren uw knechten, broeders, zonen van een en denzelfden man, in het land Kanaan; de jongste is nu bij onzen vader, en die ander is niet meer.  
 
Gen 42:14
 
Maar Jozef zeide tot hen: Het is zoals ik u gezegd heb: Gij zijt verspieders.  
 
Gen 42:15
 
Hieraan zult gij getoetst worden. Zo waar als Farao leeft! gij zult van hier niet vertrekken tenzij uw jongste broeder herwaarts komt.  
 
Gen 42:16
 
Zendt een van u om uw broeder te halen, terwijl gij gevangen blijft; opdat uw woorden getoetst worden, of gij waarheid gesproken hebt. Zo niet, zo waar als Farao leeft! dan zijt gij verspieders.  
 
Gen 42:17
 
Hij zette hen dan met elkander drie dagen in verzekerde bewaring  
 
Gen 42:18
 
en zeide den derden dag tot hen: Doet het volgende, om uw leven te redden; ik vrees God.  
 
Gen 42:19
 
Indien gij eerlijke lieden zijt, laat dan een van u in de gevangenis blijven, terwijl gij heengaat met koorn, tot levensonderhoud voor uw gezinnen;  
 
Gen 42:20
 
dan moet gij uw jongsten broeder bij mij brengen, opdat uw woorden gestaafd worden en gij niet sterft. Zij gingen op dien voorslag in  
 
Gen 42:21
 
en zeiden tot elkander: Waarlijk, wij hebben dit verdiend aan onzen broeder, wiens zielsbenauwdheid wij hebben aangezien toen hij ons smeekte en wij hem geen gehoor gaven. Daarom komt deze benauwdheid over ons.  
 
Gen 42:22
 
Toen antwoordde hun Ruben: Ik heb u immers wel gezegd: Bezondigt u niet aan den knaap. Maar gij hebt niet geluisterd. Zie, nu wordt zijn bloed thuis gezocht.  
 
Gen 42:23
 
Zij nu wisten niet dat Jozef hen verstond; want zij spraken met hem door middel van een tolk.  
 
Gen 42:24
 
En hij keerde zich om, ging heen en weende. Daarna kwam hij tot hen terug, sprak met hen en liet Simeon uit hun midden wegnemen en voor hun ogen in boeien slaan.  
 
Gen 42:25
 
En Jozef beval, dat men hun zakken met graan vullen, ieders geld in zijn zak leggen en hun teerkost voor de reis verstrekken zou. Zo deed hij hun.  
 
Gen 42:26
 
Zij tilden hun koorn op hun ezels en vertrokken.  
 
Gen 42:27
 
Maar toen een hunner zijn zak opende, om in de herberg zijn ezel te voeder en, zag hij waarlijk zijn geld bovenop in den korf liggen,  
 
Gen 42:28
 
en hij zeide tot zijn broeders: Mijn geld is er weder; zie, het ligt in mijn korf! Bestorven van schrik, zeiden zij tot elkander: Wat heeft God ons nu gedaan!  
 
Gen 42:29
 
Bij hun vader Jakob in het land Kanaan aangekomen, deelden zij hem al hun wedervaren aldus mede:  
 
Gen 42:30
 
De man die heer van het land is heeft ons hard toegesproken en ons als verspieders des lands in hechtenis genomen.  
 
Gen 42:31
 
Wij zeiden tot hem: Wij zijn eerlijke lieden en geen verspieders;  
 
Gen 42:32
 
wij waren twaalf broeders, zonen van een vader; die ene is niet meer, en de jongste is bij onzen vader in het land Kanaan.  
 
Gen 42:33
 
Daarop zeide die man, de heer des lands, tot ons: Hieraan zal ik weten dat gij eerlijke lieden zijt: Laat dien enen van u bij mij achter en neemt mondvoorraad voor uw gezinnen mede, gaat dan  
 
Gen 42:34
 
en brengt uw jongsten broeder bij mij; opdat ik wete dat gij geen verspieders zijt. Indien gij eerlijke lieden zijt, zal ik uw broeder weder aan u uitleveren en moogt gij vrij in het land rondtrekken.  
 
Gen 42:35
 
Toen zij nu hun zakken ledigden, was ieders geldbuidel in zijn zak; en bij het zien daarvan werden zij en hun vader bevreesd.  
 
Gen 42:36
 
En hun vader Jakob zeide hun: Gij berooft mij van kinderen! Jozef is weg. Simeon is weg, en Benjamin wilt gij wegnemen. Alles spant tegen mij samen.  
 
Gen 42:37
 
Nu zeide Ruben tot zijn vader: Gij moogt mijn beide zonen doden als ik hem niet weder bij u breng. Vertrouw hem mij toe, en ik zal hem u terugbrengen.  
 
Gen 42:38
 
Maar hij zeide: Mijn zoon gaat niet met u mede; want zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven. Overkwam hem een ongeluk op de reis die gij gaat ondernemen, dan zoudt gij mijn grijsheid in jammer in het dodenrijk doen nederdalen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Genesis 4116 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 Genesis 43Exodus 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards