All NT OTBook
Compare Texts
Genesis 19

Genesis 20:1-18

Genesis 21 Exodus 1

Hollands LEI

 
 
 
Gen 20:1
 
Van daar brak Abraham op naar het zuiden, zette zich neder tussen Kades en Sjur en vertoefde in Gerar.  
 
Gen 20:2
 
Toen nu Abraham van zijn vrouw Sara zeide: Zij is mijn zuster--liet Abimelech, de koning van Gerar, haar weghalen.  
 
Gen 20:3
 
Maar God kwam des nachts in den droom bij Abimelech en zeide tot hem: Gij moet sterven wegens de vrouw die gij, hoewel zij een getrouwde vrouw is, hebt weggenomen.  
 
Gen 20:4
 
Abimelech nu had haar nog niet aangeraakt. Hij zeide dan: Heer, gij zult toch een rechtschapen man niet doden?  
 
Gen 20:5
 
Heeft hijzelf niet tot mij gezegd: Zij is mijn zuster? En ook zijzelve zeide: Hij is mijn broeder. In de onschuld van mijn hart en met zuivere handen heb ik dit gedaan.  
 
Gen 20:6
 
En God zeide tot hem in den droom: Omdat ikzelf wist dat gij dit in de onschuld van uw hart gedaan hebt, en ikzelf u verhinderen wilde tegen mij te zondigen, daarom heb ik u niet toegelaten haar aan te raken.  
 
Gen 20:7
 
Welnu, zend de vrouw van dien man terug; want hij is een profeet; opdat hij voor u bidde en gij het leven behouden moogt. Maar indien gij haar niet terugzendt, weet, dat gij zeker sterven zult, gij met al de uwen.  
 
Gen 20:8
 
Des morgens stond Abimelech op, ontbood al zijn dienaren en deelde hun al die woorden mede; waarop die mannen zeer bevreesd werden.  
 
Gen 20:9
 
Toen ontbood Abimelech Abraham en zeide tot hem: Wat hebt gij ons gedaan, en wat had ik tegen u misdreven, dat gij over mij en mijn rijk een grote zonde hebt gebracht? Zoals gij mij gedaan hebt doet men niet.  
 
Gen 20:10
 
Voorts zeide Abimelech tot Abraham: Waarvoor waart gij bevreesd, dat gij dit gedaan hebt?  
 
Gen 20:11
 
Abraham zeide: Ik dacht: Daar in deze plaats volstrekt geen godsvrucht is, zuilen zij mij doden om mijn vrouw.  
 
Gen 20:12
 
Trouwens, zij is ook mijn zuster, de dochter van mijn vader, maar niet van mijn moeder, en zij werd mijn vrouw.  
 
Gen 20:13
 
Reeds toen God mij ver van mijns vaders huis deed omzwerven, zeide ik tot haar: Dit is de gunst die gij mij moet bewijzen: waar wij ook komen, zeg daar van mij: Hij is mijn broeder.  
 
Gen 20:14
 
Toen nam Abimelech kleinvee en runderen, slaven en slavinnen, schonk die aan Abraham, en gaf hem zijn vrouw Sara terug.  
 
Gen 20:15
 
Ook zeide Abimelech: Mijn land ligt voor u open; woon waar het u goeddunkt.  
 
Gen 20:16
 
En tot Sara zeide hij: Ik geef aan uw broeder duizend zilverlingen; mogen ze dienen om u en allen die bij u zijn de ogen voor het gebeurde te sluiten; zo hebt gij in elk opzicht voldoening gekregen.  
 
Gen 20:17
 
Daarop bad Abraham tot God en God genas Abimelech, zijn vrouw en zijn dienstmaagden, zodat zij kinderen kregen;  
 
Gen 20:18
 
want de Heer had elken moederschoot in Abimelechs gezin gesloten wegens Sara, de vrouw van Abraham.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Genesis 193 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 Genesis 21Exodus 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards