All NT OTBook
Compare Texts
Genesis 17

Genesis 18:1-33

Genesis 19 Exodus 1

Hollands LEI

 
 
 
Gen 18:1
 
De Heer verscheen hem bij den eik van Mamre, terwijl hij op het heetst van den dag aan den ingang der tent zat.  
 
Gen 18:2
 
Toen hij zijn ogen opsloeg; daar zag hij drie mannen bij zich staan; hen ziende, liep hij hun tegemoet van den ingang der tent, wierp zich ter aarde  
 
Gen 18:3
 
en zeide: Mijne heren, zo ik gunst in uw ogen gevonden heb, gaat dan uw dienaar niet voorbij.  
 
Gen 18:4
 
Laat een weinig water gehaald worden, wast uw voeten en vlijt u neder onder den boom,  
 
Gen 18:5
 
dan zal ik een bete broods halen en kunt gij, alvorens verder te gaan; u verkwikken; immers heeft uw weg u langs de woning van uw dienaar gevoerd. Zij zeiden: Doe zoals hij zegt.  
 
Gen 18:6
 
Toen ging Abraham ijlings de tent in tot Sara en zeide: Rep u, kneed drie schepel meelbloem en bereid enige broodkoeken.  
 
Gen 18:7
 
Daarop liep Abraham naar de kudde, haalde een mals, best kalf en gaf aan den knecht, die zich haastte het te bereiden.  
 
Gen 18:8
 
Toen haalde hij room en melk, benevens het kalf dat hij had doen bereiden, en zette het hun voor; hijzelf bleef bij hen onder den boom staan, terwijl zij aten.  
 
Gen 18:9
 
Daarna zeiden zij tot hem: Waar is uw vrouw Sara? Hij zeide: Daar in de tent.  
 
Gen 18:10
 
Toen sprak de Heer: Ik kom stellig over een jaar bij u terug; dan heeft uw vrouw Sara een zoon. En Sara luisterde aan den ingang der tent achter hem.  
 
Gen 18:11
 
Abraham en Sara nu waren oud en bedaagd; het ging Sara niet meer naar de wijze der vrouwen.  
 
Gen 18:12
 
Daarom lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zou ik dan, na verwelkt te zijn, weder wellustig zijn geworden, terwijl mijn heer oud is?  
 
Gen 18:13
 
En de Heer zeide tot Abraham: Waarom lachte Sara daar, zeggende: Zou ik dan waarlijk nog baren, terwijl ik oud ben geworden?  
 
Gen 18:14
 
Is iets voor den Heer te wonderbaar? Op den bepaalden tijd, over een jaar, keer ik tot u terug, en dan heeft Sara een zoon.  
 
Gen 18:15
 
Sara ontkende dat zij gelachen had, want zij was bevreesd; doch hij zeide tot haar: Gij hebt wel gelachen.  
 
Gen 18:16
 
Toen maakten zich de mannen van daar op en zagen uit naar den kant van Sodom, terwijl Abraham medeging, om hun uitgeleide te doen.  
 
Gen 18:17
 
En de Heer dacht: Zou ik voor Abraham verbergen wat ik ga doen?  
 
Gen 18:18
 
Abraham toch zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en met zijn naam zal aan alle natien der aarde zegen worden toegewenst.  
 
Gen 18:19
 
Want ik heb hem uitverkoren; opdat hij zijn zonen en zijn huis na hem bevelen zou geven, om 's Heeren weg te houden door deugd en recht te beoefenen; opdat de Heer aan Abraham doe toekomen wat hij aangaande hem gesproken heeft.  
 
Gen 18:20
 
De Heer dan zeide: Tot mij is gekomen het geroep over Sodom en Gomorra, dat haar zonde groot, dat zij zeer zwaar is  
 
Gen 18:21
 
ik wil afdalen en zien, of zij allen, al dan niet, gedaan hebben naar het geroep dat over haar tot mij gekomen is, opdat ik het wete.  
 
Gen 18:22
 
Toen begaven zich de mannen van daar naar Sodom op weg; doch Abraham bleef nog voor den Heer staan.  
 
Gen 18:23
 
Hij trad toe en zeide: Gij zult toch niet met den boosdoener den rechtschapene verdelgen?  
 
Gen 18:24
 
Misschien zijn in de stad vijftig rechtschapen mensen; zoudt gij dan toch hen verdelgen, en niet, om de vijftig rechtschapenen die zich in haar bevinden, aan de plaats kwijtschelding geven?  
 
Gen 18:25
 
Het zij verre van u, zo te handelen: met den boosdoener den rechtschapene om het leven te brengen; zodat het den rechtschapene als den boosdoener vergaat. Dat zij verre van u! Zou de richter der ganse aarde geen recht doen?  
 
Gen 18:26
 
Hierop zeide de Heer: Indien ik te Sodom vijftig rechtschapenen in de stad vind, zal ik aan de gehele plaats kwijtschelding geven om hunnentwil.  
 
Gen 18:27
 
Maar Abraham hernam: Zie toch, ik waag het te spreken tot den Heer, hoewel ik stof en as ben.  
 
Gen 18:28
 
Misschien komen aan de vijftig rechtschapenen vijf tekort; zoudt gij om die vijf de ganse stad verwoesten? Hij zeide: Ik zal haar niet verwoesten, indien ik er vijf en veertig vind.  
 
Gen 18:29
 
Maar hij sprak weder tot hem: Misschien worden er veertig gevonden. En hij zeide: Dan zal ik het niet doen ter wille van die veertig.  
 
Gen 18:30
 
Abraham zeide: De Heer worde toch niet toornig en late mij spreken. Misschien worden er dertig gevonden. Hij zeide: Ik zal het niet doen, indien ik er dertig vind.  
 
Gen 18:31
 
Toen zeide Abraham: Zie toch, ik waag het te spreken tot den Heer. Wellicht worden er twintig gevonden. De Heer zeide: Ik zal haar niet verwoesten ter wille van die twintig.  
 
Gen 18:32
 
Nu zeide hij: De Heer worde toch niet toornig en late mij nog eenmaal spreken. Wellicht worden er tien gevonden. En hij zeide: Ik zal haar niet verwoesten ter wille van die tien.  
 
Gen 18:33
 
Na dit gesprek met Abraham ten einde gebracht te hebben, ging de Heer heen, terwijl Abraham naar zijn woonplaats wederkeerde.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Genesis 171 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Genesis 19Exodus 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards